Soms leg ik het uit, soms niet

Lees verder

Waarin uit prikkelgevoeligheid zich bij autisme?

Hyper- en hypogevoeligheid (over-en onderprikkeling) komt vaak voor bij mensen met autisme. Wie hypergevoelig is voor prikkels, reageert ‘overdreven’ op ‘gewone’ zintuiglijke prikkels. Hypogevoelig wil zeggen dat je niet of weinig reageert op prikkels. Bij hypogevoeligheid voor pijn loopt iemand rond met een pijn, gebroken arm of koorts. Onze zoon is hypogevoelig voor pijn. Laatst was hij flink verkouden. Ondanks dat het snot uit neus en ogen liep en flink hoestte wilde hij perse zijn gebruikelijke dagprogramma volgen. Dat stonden wij toe en verder niet meer dan dat. Aan het einde van de dag zei hij: “moe, moe, moe”. Het kostte ons wat overredingskracht om hem een uur eerder naar bed te laten gaan.  We dachten dat het op deze manier wel kon. Maar bij het tandenpoetsen begon hij ineens enorm te klappertanden en zijn hele lichaam trilde. Hij kon niet aangeven waarom dit zo was, dat is dat het eerste dat je wil weten, maar dat kon hij natuurlijk niet aangeven, veel te moeilijk. Ik zei tegen hem: “Ik doe sokken aan want je hebt het koud en we gaan gauw tandenpoetsen”. In bed trilde hij nog steeds maar al gauw werd het minder. Wij dachten dat we zijn energieniveau goed in de gaten hadden gehouden, maar het was allemaal toch iets teveel voor hem geweest.

Hypo- en hypergevoeligheid kan de verschillende zintuigen treffen. Het is ook mogelijk dat hyper- en hypogevoeligheid elkaar afwisselen en dat die fluctuatie bovendien op één enkel zintuig betrekking heeft. Hypergevoeligheid kan tot twee verschillende soorten ervaringen leiden: verwarring veroorzaakt door bepaalde zintuiglijke prikkels; fascinatie voor bepaalde prikkels. In sommige gevallen is verwarring als gevolg van hypergevoeligheid zelfs veel te zacht uitgedrukt. Een deuntje fluiten kan door iemand met autisme bijvoorbeeld als pijnlijk worden ervaren. Het valt dan ook makkelijk te begrijpen dat hypergevoeligheid aanleiding kan geven tot woedeaanvallen of zeer angstige reacties. Hypergevoeligheid en hypogevoeligheid kunnen alle zintuigen treffen en verschillen van persoon tot persoon. Enkele voorbeelden van gedragingen die wijzen op bepaalde zintuiglijke gevoeligheden:

 

hypogevoelig

Onze zoon kan er bijvoorbeeld niet goed tegen dat mensen door elkaar heen praten en wil niet springen omdat hij bang is dat zijn voeten de grond niet meer raken (gehoor en tastzin), daarin is hij hypergevoelig. Hij geeft zelden aan dat hij dorst heeft (proprioceptie) en daarin is hij dus hypogevoelig. Hij eet alles wat hij op zijn bord krijgt, lijkt hypogevoelig qua smaak, maar is zeer gevoelig voor pittig eten dat op zijn huid terecht komt, bijvoorbeeld chilipoeder (tastzin). Het is best een puzzel om voor hem uit te vinden hoe de prikkelgevoeligheid van onze zoon in elkaar zit. Het geeft ons inzicht en we kunnen er rekening mee houden. Er zijn helaas geen remedies om prikkelgevoeligheid te veranderen. Hooguit dat je een soort keuze maakt samen met hem in welke gevallen hij ‘het er voor over heeft’ om overprikkeld te raken. Bij onderprikkeling is waakzaamheid van de omgeving nodig, je wilt tenslotte niet dat  je kind zich aan warm water brandt of rond blijft lopen met pijn. Soms kan een kind leren dat in bepaalde situaties een kraan te heet is, maar pijnprikkels voelen is moeilijk aan te leren.

Literatuur: //www.participate-autisme.be/go/nl/autisme-begrijpen/leven-met-autisme/zintuiglijke-problemen/hypergevoelig-en-hypogevoelig.cfm#sthash.7521YCvU.dpuf

Geplaatst in Blog

Permalink 2 reacties

Verschil tussen borderlinepersoonlijkheidsstoornis en bipolaire stoornis

Een uitgesproken bipolaire stoornis type I (manisch-depressieve stoornis) met duidelijke manische en depressieve periodes is over het algemeen niet zo moeilijk te diagnosticeren. Een bipolaire stoornis type II, waarbij naast de depressieve episoden hypomane episoden (perioden met lichte manie; licht wat betreft ernst en duur) voorkomen, geeft vaker diagnostische problemen, Vooral ten opzichte van de borderlinepersoonlijkheidsstoornis kan het onderscheid moeilijk zijn.

In onderstaande tabel staan de overeenkomsten en verschillen tussen borderline en bipolaire stoornis. Hieruit blijkt dat beide stoornissen symptomen hebben die kenmerkend voor beide stoornissen.  Tijdens een hypomane periode komen symptomen als impulsiviteit, paranoïde ideeën en woede-uitbarstingen voor. Bij een depressieve periode suïcide gedachtes, stemmingswisselingen, negatief zelfbeeld, paranoïde ideeën en woede-uitbarstingen. Het komt voor dat een patiënt eerst de diagnose borderline krijgt en dat later blijkt dat iemand een bipolaire stoornis heeft of beide.

Van een persoonlijkheidsstoornis is sprake bij ‘een duurzaam star patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingen die binnen de cultuur van de betrokkene en die in significante mate tot lijden of beperkingen in het functioneren leiden’. Bij de borderlinepersoonlijkheidsstoornis gaat het daarbij om een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en met duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid.

1997104100001t

Het is niet duidelijk hoeveel mensen in Nederland precies borderline hebben. Een schatting is 100.000. Het kunnen er ook meer zijn, omdat mensen met deze stoornis vaak alleen worden behandeld voor bepaalde symptomen van de stoornis. Denk hierbij aan depressie en angsten (bron: mentaalvitaal.nl). Een bipolaire stoornis is een stemmingsstoornis gekenmerkt door depressieve en hypomane of manische episoden. In 2011 waren er 91.100 patiënten in Nederland. (bron: nationaal kompas). Bij de borderlinepersoonlijkheidsstoornis gaat het daarbij om een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en met duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid. Voor beide stoornissen geldt dat ze bij een minderheid van de patiënten herkend en vervolgens goed behandeld worden. Het vaststellen van een persoonlijkheidsstoornis is niet eenvoudig

De symptomen die alleen voor borderline gelden zijn: chronisch gevoel van leegte, angst voor verlating en dissociaties. Deze symptomen moeten gedurende een lange tijd voorkomen. Een patiënt kan deze symptomen vertonen gedurende een manische of depressieve periode, maar niet als de patient redelijk stabiel is. De diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis is dan niet van toepassing. Bij de diagnose borderline is het verstandig na te gaan of er ook geen sprake is van een bipolaire stoornis.

Een behandeling gedurende jaren, zo niet levenslang, met een stemmingsstabilisator zoals lithium is niet iets waar ‘ zomaar’ toe besloten moet worden, gezien de kans op bijwerkingen en intoxicaties. Maar het ten onrechte niet instellen van een behandeling met een stemmingsstabilisator kan ernstige, soms zelfs dodelijke, gevolgen hebben.

 

Vergaderen met een psychische aandoening

 

Ik pak langzaam weer vrijwilligerswerk op en daar horen vergaderingen bij. Vergaderingen zijn geen hobby van mij. Ik heb geen moeite iets te zeggen in een vergadering, maar kan mijn mond niet houden. Ik heb hier met name last van als de structuur niet helder is en een voorzitter niet ‘strak’ vergadert en veel ruimte geeft aan de aanwezigen zonder de tijd of structuur in de gaten te houden. Ik wil ergens naar toe, presteren, dat mensen verantwoordelijkheid nemen en hun afspraken nakomen. Wat klinkt dat naar eigenlijk. Het lijkt een soort stem van de familie waar ik vandaan kom. ‘Niet lullen maar poetsen’ was het credo. Ik kan de voortgang bewaken van een vergadering, denk mee, ben scherp. Maar hoe het uit mijn mond komt? Dat gaat niet altijd goed. Daarmee maak ik brokken. Ik word boos als iemand iets vertelt waar ik het niet mee eens ben. De voorzitter zei bijvoorbeeld dat ze een hekel heeft aan een kader bij een vergadering, of dat een bestuur formeel is en dat het moet worden afgeschaft of dat een agenda of een verslag niet nodig zijn. Het ging ook om de stellige toon waarop dit werd gezegd. Ik kan dat helaas zelf ook heel goed, stellig zijn, en dat wordt daarmee nog meer aangewakkerd. Een uitspraak van een voorzitter van een vergadering bleef me bij: “Jouw emoties gaan voor jouw gedachten uit” Ze vat daarmee de kern van mijn psychische kwetsbaarheid (angst, depressie, kenmerken van borderline) samen.

Ik voel me soms schuldig over de manier waarop ik iets heb gezegd en neem soms contact op met de voorzitter om erover te praten. Ze geeft toe dat structuur aangeven in een vergadering niet haar intentie noch haar kwaliteit is. Doordat ik erop terug kom en blijven praten vinden wij een weg in een vergadering. Ze blijft ook zeggen dat ze me waardeert, dat ik veel doe en het fijn vindt dat ik erop terug kom. Daar ben ik blij mee, al voel ik dat zelf niet altijd even goed. Ik vind eerder dat ik te weinig doe vanwege mijn beperkte energie en belastbaarheid. Na een vergadering kan ik nauwelijks slapen en de volgende dag heb ik nauwelijks energie. Het is voorgekomen dat het een week duurde voordat ik weer helemaal was hersteld. Tijdens die periode had ik last van dissociaties, Zou het beter zijn als ik alleen vergaderingen bij zou wonen met een zakelijke insteek en veel structuur? Tegelijkertijd denk ik dat ik dit niet zou moeten loslaten, vooral ook omdat ik een warm hart heb voor het goede doel dat de organisatie steunt. Wellicht gaat het steeds beter en raak ik eraan gewend? Ik denk dat ik het nog even de tijd gun en misschien lukt het mij mijn emoties beter te reguleren tijdens deze vergaderingen.

 

 

Geplaatst in Blog

Permalink 1 reactie

Belasting van ouders met een zorgintensief kind

Ik las in een artikel dat ouders van een zorgintensief kind vergelijkbare stress ervaren als soldaten in het leger (zie voor volledig artikel de link onderaan deze pagina).

Ik denk dat dat artikel er niet ver naast zit. Soldaten in het leger zijn voortdurend alert. Ze moeten in de gaten houden wat er gebeurt in de omgeving. Zo is dat ook met een zorgintensief kind. Onze zoon heeft autisme,een verstandelijke beperking en een grote achterstand in zowel zijn fijne als grove motoriek.

Als ik een dag met hem thuis ben ben ik ook alert en werken mijn hersenen op volle toeren. Onze zoon kan inmiddels zelf redelijk zijn dag indelen als die volgens een vaste volgorde verloopt, maar ik moet hem met vanalles helpen. Hij komt niet vanzelf met nieuwe activiteiten, die moeten we aanbieden. Ook hier kan de vergelijking met het leger worden gemaakt: ook de commandant moet er voortdurend voor zorgen dat iedereen blijft opletten, anders dutten ze wellicht in of erger, je wordt aangevallen. Vanwege zijn motoriek kan hij niet alles zelf. We helpen hem met tandenpoetsen, haren wassen etc. Als commandant blijf ik voortdurend in de loopgraven want zelfstandig is zoon niet. Hij gaat niet buitenspelen of naar zijn vriendjes. Dat kan hij niet zelfstandig. We verlaten ons huis hooguit om een stukje te gaan wandelen of een andere gezamenlijke activiteit. In de supermarkt begeleid ik hem van artikel naar artikel. Maar we hebben een wapen: de handscanner in de supermarkt. Het is een goede oefening voor zijn motoriek om de boodschappen te scannen, met twee handen drukt hij met alle macht het gele knopje in. Ik houd het artikel zo mogelijk voor de scanner. En het lukt best aardig, dat mikken op een artikel. We maken  geen  slachtoffers en zoon leert zijn oog-hand coördinatie te verbeteren. Als de commandant  door de hele tijd te moeten opletten en blessures door een ver oorlogsverleden is uitgeschakeld, mag ik van de soldaat een dutje doen. Een uurtje computeren en daarna een boekje lezen kan hij wel. Dan kan ik een beetje bijtanken in mijn eigen tent.

Naar aanleiding van artikel: http://www.disabilityscoop.com/2009/11/10/autism-moms-stress/6121/

 

 

 

Overprikkeld

Onze zoon had gisteren een IQ-test. Hij vindt dit erg leuk om te doen, hij houdt van vragen stellen en beantwoorden. Hij zegt dat hij presentator wordt. Bij binnenkomst in de testruimte stond de klok verkeerd. Voordat de klok goed staat gaat hij niet aan de gang met de vragen. De Psychologisch Assistent vond het erg vervelend. Vier jaar geleden stond de kalender op de verkeerde maand. Door deze perikelen zijn ze iets te laat klaar. Hij komt de klas binnen en ziet dat iedereen al gegeten heeft. De juf belt mij gelukkig op om dit te vertellen, zegt dat het anders verlopen is vandaag. Hij komt thuis met de bus en ik geef hem de boterhammen uit zijn broodtrommel. “Die hoef ik toch niet meer op te eten zegt hij”. Ik leg hem uit dat hij nog niet gegeten heeft. “Oh ja” zegt hij. Hij eet de boterhammen op en gaat computeren en erna wat boekjes lezen. Hij is wat drukker dan normaal, maar niet volledig overprikkeld. Na het boekje lezen gaan we naar buiten. Sinds kort kan hij de rits dicht doen van zijn jas en dat lukt weer. Eenmaal buiten heeft hij ontdekt dat hij de rits naar boven en beneden kan doen en dat dit een leuk geluidje geeft. Hij stopt voortdurend om me beet te pakken en te knuffelen. Hij lacht hard om wat grapjes die hij verteld en het lijkt alsof hij scheel kijkt. Voor mij een signaal van overprikkeling. Hij vindt zelf van niet want het was toch leuk wat hij vandaag gedaan heeft? Papa komt thuis en  vraagt of hij komt eten. Hij zit op dat moment boekje te lezen. Hij reageert niet meteen en dat irriteert papa. Ik leg uit dat hij overprikkeld is. We laten hem verder zijn gang gaan. ‘S avonds zitten we lekker tegen elkaar aan het Jeugdjournaal te kijken, hij is erg moe, maar hij komt weer tot zichzelf en hij maakt weer grapjes.

Loslaten of vasthouden

rumi

Ik heb er regelmatig discussies over met de juf. Wat kan ons kind al zelf en wat niet. In hoeverre laten we hem los of beschermen we hem? Voor de juf is het iets makkelijker haar handen op haar rug te houden als ze zoon ziet worstelen met een knoop of rits. Mijn zoon heeft naast autisme ook motorische beperkingen. Hij heeft een slechte balans, kan niet springen of schrijven. Hij kan ook heel goed vragen om hem te helpen met zijn schattige krullen, blauwe ogen en lieve lach. Hij is 11, maar kan de knoop van zijn broek en de rits van zijn jas bijvoorbeeld nog niet zelf dichtdoen. Op school oefenen ze het op dezelfde manier als thuis. En dit heeft effect: hij heeft inmiddels een paar keer zelf de rits van zijn jas dichtgemaakt. De knoop van zijn broek dichtdoen is voorlopig niet haalbaar. Het vergt nog te ingewikkelde fijnmotorische handelingen voor hem. Maar we hebben hier wat op gevonden: er zijn haakjes zoals aan mannenpantalons zitten aan zijn broek gemaakt. Nu lukt het wel om zijn broek dicht te doen en misschien krijgt hij in de toekomst de knoop wel dicht. Hij heeft ook schoenen met klittenband, prioriteit was eerst dat hij eerst zelf zijn schoenen aan en uit kon trekken. De volgende stap is veters.

Zo gaat het iedere keer als bovenstaand plaatje, iedere keer proberen we de balans te zoeken: “Helpen we nu teveel of te weinig”. “Verwennen we hem niet teveel”. Mijn vriend of ik brengen hem iedere ochtend naar school. Zo ontstaat snel de indruk dat je beschermend bent. Ik ben ook zo’n moederkloek, wil graag voor mijn zoon zorgen. Toch zal ik hem los moeten laten. Maar we hebben geleerd door o.a. het overleg met school dat loslaten ook liefhebben is. We bereiden hem voor op een zo zelfstandig mogelijk leven later.

Geplaatst in Blog

Permalink 1 reactie

Het is niet persoonlijk bedoeld (ook gepubliceerd op website Fonds Psychische Gezondheid)

Voor mij is omgaan met kritiek moeilijk. Degenen die me pestten op school leverden constant kritiek op me. Ik hoorde er niet bij. “Lange”, “Is het koud daarboven?”, “Slome”. Als laatste gekozen met de gym…. Als ik het er met mijn man over heb, zegt hij dat ik opmerkingen van mensen soms verkeerd opvat. “Je ziet in iedere opmerking een vorm van kritiek, legt alles negatief uit”, zegt hij. Maar het zegt vaak meer over een ander dan over jezelf. Vaak zeggen mensen: “Het is niet persoonlijk bedoeld”. Ik kan daar niks mee. U wel? Waar is het dan op gericht? Maar mijn man heeft wel een beetje gelijk. Ik ben bang voor kritiek en daarom kan ik er niet tegen en reageer ik niet goed. Ik denk de goedkeuring van alle mensen nodig te hebben om waardevol en gelukkig te zijn. Ik wil aardig, lief, de beste….., gevonden worden. Het kost me energie om kritiek te voorkomen en ik pas me aan waardoor ik mezelf niet ben. Ik vermijd kritiek maar het is niet altijd te vermijden. Het verhindert me mezelf te zijn. Als ik kritiek krijg reageer ik meestal op een van onderstaande manieren:
 Heel defensief worden.
 Ik zet de tegenaanval in.
 Ik schiet ‘overdreven’ in verontschuldigingen.
 Ik laat een drama ontstaan door bijvoorbeeld te roepen ‘ik doe ook nooit iets goed’.
 Ik ontken dat de kritiek terecht is.
 Ik weet niet wat ik moet zeggen, ik blokkeer.
Ik ken deze tactieken allemaal en hanteer ze ook regelmatig. We zijn allemaal een mens en die reacties heeft iedereen wel eens, toch? Een fijn gevoel krijg ik er niet van. Ik pas me onnodig aan, ga dingen zeggen die ik niet meen of ik ontzeg mezelf de kans om iets van de kritiek te leren. Ik vraag me af waarom ik reageer zoals ik reageer. Ik heb lange tenen, een kort lontje, kan nergens tegen, maar is dat de enige verklaring? Nee, ik schaam me voor mijn gevoeligheid, dat ik niet zo ‘ad rem’ ben om direct iets terug te zeggen of er de humor van in te zien. Het voelt alsof ik te serieus of humorloos ben. Saai ook. In het verleden heb ik veel meegemaakt en ik heb een kwetsbaar karakter. Het belemmert mijn functioneren, ik voel me niet zo vrij in contacten met andere mensen als ik zou willen zijn.
Er moeten toch betere manieren zijn om met kritiek om te gaan?
Het is beter voor je zelfvertrouwen op kritiek te reageren zoals staat in het boek van Fred Sterk, Sjoed Swaen, “Denk je sterk”:
 Vraag na wat de ander precies bedoelt, zodat het probleem duidelijk wordt.
 Als u even niet weet wat u moet zeggen, geef dat dan aan. Zeg het bijvoorbeeld als ‘het u overvalt’ of zeg dat je er later op terug komt.
 Schiet niet direct in de verdediging, maar zoek naar een punt in de kritiek waarmee je het in beginsel eens kunt zijn.
 Ga na of u de kritiek terecht of onterecht vindt. Vraag daar eventueel wat tijd voor, ook om uw reactie te kunnen bepalen.
 Geef aan waar u het mee eens bent en waar u het niet mee eens bent.
 Beschouw het krijgen van kritiek als een kans om iets te leren, een uitdaging.
 Laat ook weten wat het met u doet om deze kritiek te krijgen.
Het klinkt allemaal zo logisch en denk bij mezelf: “Waarom doe ik het nou niet op deze manier?” Zelfkritiek staat ook in mijn woordenboek.
Ik word bij kritiek of iets dat ik als kritiek uitleg overspoeld door emoties en heb dan de neiging dingen voor anderen in te vullen. En het aangeven wat het met je doet: ga ik zeggen dat ik helemaal overdonderd ben en overspoeld ben door emoties? Want dat is wat ik daadwerkelijk voel. Maar dat komt ook overdreven over, voel me dan net een ‘dramaqueen’. En voor beide partijen een oplossingen vinden? Dat is best moeilijk als je gelijk wilt hebben. Een coach zei eens tegen mij: “Wil je gelijk of wil je geluk?”
Ik heb in de loop der jaren wel beter geleerd om met kritiek om te gaan. Ik heb geleerd om bij kritiek die bot is een reactie te geven. Ik voel dan dat die kritiek onterecht is. Maar of ik dit altijd juist interpreteer is de vraag. Tot 10 tellen en stevig met beide benen op de grond gaan staan helpt. Ik probeer ook rust te vinden in het moment. Ik zeg dat het me raakt en dat ik er later op terug kom. Meestal komt er (later) dan een gesprek op gang. Ik vind het moeilijk om aan te geven wat mijn verwachtingen en behoeftes zijn. Wat ik graag zou willen is dat mensen me nemen zoals ik ben. En ik begrijp dat dat lastig is, omdat ik soms andere verwachtingen schep omdat ik vanuit een ‘stoere’ modus reageer.
Ik probeer me niet teveel aan te trekken van kritiek. Maar ik kan dagen piekeren over een uitspraak van een bepaalde persoon. Het helpt me dan om later na te vragen wat die persoon op dat moment precies bedoelde en dan valt het meestal wel mee. Maar soms durf ik dat niet.
Ik volg al een tijdje psychotherapie en die therapie heeft er voor gezorgd dat ik meer zelfvertrouwen heb en beter met emoties om kan gaan. Een volgende stap is beter te leren omgaan met kritiek. Misschien kunnen ervaringen van anderen me daarbij helpen.

Ik ben zo’n gekke mama

Sinds 2003 worstel ik met angst, depressie en kenmerken van een Emotie Regulatie Stoornis (ook wel borderline genoemd). Na mijn bevalling ging het psychisch mis, ik werd opgenomen op de PAAZ en was psychotisch. Ik knapte redelijk snel op en mocht na vier weken naar huis. Thuis besefte ik pas wat er met me was gebeurd. Kon daar niet goed mee omgaan, voelde mee een vreselijk slechte moeder. Ik werd depressief. Na een jaar kon ik zeggen dat ik redelijk was opgeknapt.  Door stress en de diagnose van zoon ging het na een tijd weer minder goed. Bleef worstelen met dingen uit mijn verleden. Stelde ik me aan, iedereen is wel eens gepest op school, maak je niet zo druk. Ik geloof die uitspraken maar al te graag, steek liever niet met mijn hoofd boven het maaiveld uit. Regelmatig hoor ik vrouwen zeggen ‘Ik ben zo’n gekke mama’, meestal onder de invloed van een glaasje van het een of ander. En die roepen dan:  “Dat mag ik eigenlijk niet zijn, maar ik ben het stiekem wel hoor en pas op met dergelijke uitspraken hoor”. Die mensen zijn meestal niet echt gek. Mensen met een diagnose, die schamen zich meestal en komen er niet voor uit. Gek in spreektaal ben je als je bijvoorbeeld uit de band springt op een feestje. Lekker gek. Dat doe ik niet, ik doe dat in mijn hoofd.  Ach ik snap het ook wel, het is ook moeilijk uit te leggen. Daarom leg ik het tegenwoordig uit wat ik heb, geef ik grenzen aan bij wat ik wel en niet aankan op een dag. Dat verschilt per dag, iedere dag weer anders. Best vermoeiend om daar mee samen te leven denk ik wel eens. Hulde aan mijn vriend! Soms ben ik zo druk in dat hoofd dat ik dat niet kan aangeven, dan leidt dat tot een uitbarsting. Dat ziet er ongeveer uit als een ‘gekke mama op een feestje’ met een kwade dronk.

Activiteiten als ambassadeur Fonds psychische Gezondheid

Activiteiten als ambassadeur (voormalig blog barblogt.wordpress.com d.d. 18 februari 2014)

Ik vond het best eng om mijn eerste blog over mezelf te publiceren. Wat zullen de reacties zijn, of misschien -nog wel erger- helemaal geen reacties! Maar de reacties waren goed. Meer dan 100 mensen lazen mijn blog. Iets op trots op te zijn. Maar ik wil meer.

Dus zet ik me in als Ambassadeur voor het Fonds Psychische Gezondheid. Ik ben erg enthousiast en probeer mensen te werven voor het fonds. En dat lukt goed. Er komen dingen op mijn pad waarvan ik dacht dat ik ze niet kon. Ik promoten, ik PR? Ik blijk het leuk te vinden. Ik ontmoet lotgenoten die hetzelfde voelen als ik. Ik voel me daar fijn en veilig bij. Ik wil meer! Ondertussen zijn we met alle ambassadeurs druk bezig om activiteiten op touw te zetten. Ik heb er zin in! Er zit ook een keerzijde aan deze leuke nieuwe dingen. Ik moet opletten dat ik niet teveel van mezelf verg. Vroeger deed ik gewoon. Soms verlang ik terug naar die tijd. Zonder na te denken, zonder te plannen. Maar dat kan niet meer. Ik kom mezelf dan tegen. Mijn lijf zegt stop en mijn hoofd loopt over, ben er niet meer bij en raak in de war. De eerste keer dat ik me hier bewust van werd dacht ik dat het nooit meer goed zou komen. Dat ik weg zou blijven drijven. Met hulp leerde ik op mezelf te vertrouwen, dat ik niet altijd hetzelfde ben en een beperkte energievoorraad heb. Ik zou ook wel zoals andere mensen met een universitaire opleiding een supercarriere willen hebben. Of gewoon willen werken. Maar ik verman mezelf en denk, ik haal voldoening uit de zorg voor mijn zoon, hij heeft me nodig, hij is gehandicapt. Hier thuis loopt het goed omdat ik niet werk. Ik kan goed voor hem zorgen omdat ik geen stress heb van werk. Opmerkingen uit de omgeving dat het toch zonde is van mijn opleiding, dat je iets voor jezelf moet hebben, economisch zelfstandig moet zijn, het afleiding kan bieden, leg ik naast me neer. Dat lukt de ene dag beter dan de andere. In deze prestatiemaatschappij is het niet de gebruikelijke weg. Maar ik vraag me af of je daarbij wel een keus hebt. Dat vergeten we wel eens.

Over deze advertenties

Je bezoekers kunnen hier soms een advertentie zien.

Vertel me meer | Dismiss this message

Fonds Psychische Gezondheid

Nederlands Vereniging voor Autisme

Blog statistieken

  • 11,954 hits

Volg me op Twitter

%d bloggers liken dit: